Tuesday, April 29, 2008
Friday, October 01, 2004
GOOILANDER: JUDICATURE - JUSTITIE
KLEINEN STELEN EN GROTEN STELEN
Er is een oud gezegde: "Kleinen stelen en Groten stelen, Groten stelen het meest". Onderstaande gevangenneming en veroordeling is daar een goed voorbeeld van. De kleine dief Dirck Jansz Spilt ontsnapte aan de galg en kwam er af met een veroordeling tot geseling, brandmerken en verbanning. De Huizer dorpsschout Killewigh, die Spilt arresteerde en liet martelen bleek later het dorp Huizen opgelicht te hebben voor enorme bedragen. Killewigh wist in de nacht met een deel van zijn buit te vluchten naar de vrijstad Vianen, waar het Hollandse gerecht geen bevoegdheid had. Tot zo ver de inleiding tot het wedervaren van Dirck Jansz Spilt.
Dirck Jansz Spilt was een kleine gelegenheids dief. Bij zijn aanhouding en verhoor bleek hij nooit gewelddadig te zijn geweest.
De 31 jarige vrijgezel Spilt woonde in het dorp Huizen. Op donderdag 4 augustus 1718 ging de de Huizer dorpsschout Lambert Killewigh samen met zijn rakker Joost Vree op zoek naar deze Spilt. Zij grepen hem bij het hek van Goosen Reijrz en geboeid als een dief werd hij naar het schoutenhuis gebracht. Daar was reeds aanwezig de Naarder Schout Gerardus Gansneb genaamt Tengnagel, de hoogste justitiele gezagsdrager in 't Gooi. In aanwezigheid van twee Huizer Schepenen verhoorde de Naarder Schout de gevangene. Hij stelde Spilt de volgende vragen: Had hij vier pinkenhuiden gestolen uit een kuip van de Huizer Gerrit Comin en had hij deze in Baarn verkocht ? Had hij op een bleekveld in 's-Graveland een groot aantal kleren gestolen? Was hij aan de Vecht op de Buitenplaats Overnes van Arnoud Hinlopen geweest ?
Had hij daar linnengoed gestolen van het bleekveld?
Nadat hij deze drie diefstallen had bekend werd hij begeleid door twee rakkers op de wagen van Gerit Hendriksz Boom naar het stadhuis in Naarden gebracht. Voorlopig werd Spilt op de gijzelkamer gevangen gezet. Nadat hij daar een week had gezeten en geen verdere bekentenissen wilde afleggen, werd zijn detentie verzwaard. Hij werd opgesloten in het Jan Duijmen gat. Waarschijnlijk, de donkere en vochtige keldercel onder het stadhuis. Terwijl Spilt daar zat bedacht de dorpsschout Killwigh martelmethoden om hem aan het spreken te krijgen. De celstraf werd verzwaard door het in de ijzers of kettingen leggen van Spilt. Om dit karweitje op te knappen had Killewigh Gerrit Duijm uit Blaricum en een ketelbouter uit Eemnes laten komen. Na drie weken van kwelling bekende Spilt nog enige diefstallen, die hij alleen of met anderen had begaan. Verder vertelde hij bijzonderheden over het verkopen van de buit.
De vier pinkenhuiden van Gerrit Comin had hij per paard naar Baarn gebracht en daar verkocht voor 3 gulden en enige stuivers. Het paard had hij buiten medeweten van de eigenaar van de erfgooiers meent gehaald. Blijkbaar had hij het teruggebracht, want hij werd er niet van beschuldigd een paardendief te zijn. De gestolen kleren uit 's Graveland en van Hinlopen had hij uit angst stilletjes teruggebracht. Spilt had zijn strooptochten verlegd naar Waterland. Te Monnikkedam had hij in de herberg Het Vergulde Vat een tinnen pintje meegenomen. Aldaar maakte hij een schuit los en voer daarmee het water over en stal de vis die in de boot was. Vandaar ging hij naar Zuurwoude en stal uit een schuit een vaatje pekelharing.
Spilt bekende ook als heler opgetreden te zijn. Hoewel hij wist dat de goederen in Amersfoort gestolen waren, kocht hij van Gerrit van Loenen drie koperen ketels, een vijzel en een gewicht van een pond. Wederom 'leende' Spilt stiekem een paard van de Huizer meent, waarmee hij de buit in een zak vervoerde naar een koper Eemnes. Zelfs het stelen van appels en peren werd hem ten laste gelegd.
In het vonnis werd vermeld dat de bekentenissen niet waren afgedwongen op de pijnbank. Over de kwellingen in de cel werd niet gesproken. Zoals gebruikelijk trad de Naarder schout op als aanklager. Deze Gerardus Gansneb, genaamt Tengnagel was nogal ziekelijk sadistisch aangelegd. Ook bij voorgaande eisen tegen andere verdachten was dat tot uiting gekomen. Volgens de schout moest Spilt in het openbaar op het schavot opgehangen worden. Zijn goederen werden verbeurd verklaard, zodat de schout een derde hiervan in zijn zak kon steken. Het oordeel werd uitgesproken door de Naarder schepenen, gelukkig voor Spilt beschikten ze over een gezonder verstand. Mogelijk hadden de vrienden van Spilt met succes voor hem gepleit. Het vonnis was overigens niet mals. Spilt werd in het openbaar op het schavot gegeseld. Hij kreeg 40 slagen met een roede van de knecht van de scherprechter. De scherprechter en zijn knechtje kwamen daarvoor speciaal van uit Haarlem naar Naarden. Daarna werd Split gebrandmerkt met het stadswapen van Naarden. Nog steeds zijn deze brandmerken te zien in de houten lambrizering van het stadhuis. De beul controleerde eerst of het ijzer wel heet genoeg was.
Het overige vonnis luidde: Verbanning uit het gewest Holland, Westvriesland en Zeeland. Onder het luiden van het stadhuisklokje werd Spilt tot buiten de Utrechtse Poort geleid. Hij moest zo snel mogelijk de Gooise-Stichtse grens over. Hij werd afgeschoven naar het gewest Utrecht. Indien hij werd opgenomen bij kennissen te Eemnes, was er een kans dat zijn familie hem af en kon opzoeken.
_________________________________________________________________
Notaris Albertus Perk nam de volgende passages over uit een geschrift van Lambert Rijcksz Lustigh:
Killewigh Schout te Huizen, had weten te verkrijgen 16 huizen en 300 schepel boulant, eindelijk brdankende, toe hij op het punt stond bedankt te worden, maakte hij zoo veel hij kon ten gelde, kocht zijn burgerregt te Vianen en vertrok 's nachts met wagens en zijn beste inboedel derwaards veel schulden nalatende, (tussen 20 a 30.000 Gld) Hij verkocht ook boulant aan Ploos van Amstel bij 't Slot (Ruysdael), die dat Slot had gekocht voor f 3.300 van de wed. Blom, men verkocht voor purutors hetgeen hij achtergelaten had, ten belope van f 19.000 de 9 Sept. 1722, en daaronder 100 schepel boulant voor f 5.000, 100 dito voor f 2.500, 50 dito voor f 800.
Van meubelen achtergelaten voor f 2.600, voorts gewas. Hij had wel zijn schulden kunnen betalen, maar bergde zich voorbedachtelijk met zijn gereed geld en beste waar binnen Vianen, doch werd er last gegeven, zoodra hij buiten de juresdictie kwam, hem te vatten. Hij bekende zelf dat hij slechts 6000 aan geld te Vianen bij zich had, doch hij had zeker veel meer.
---- Lustigh noemt hem : die diefachtige roofvogel, schand en bankroet speelder --
_________________________________________________________________
NAARDEN CRIMINELE ROL NR. 3042
s'Heren Reght gehouden 1 augustus 1718
Dirk Jansz (Spilt) geboortig van Huysen en jegenwoordig gedetineert alhier
Dat eiss. seggen dat de gedetineerde sich niet en heeft ontsien omtrent twee jaren geleden in geselschap van Cornelis Matez *, de knegt van Sijmen Bronkhorst, en nog een persoon (soo hij get. segt) hem onbekent van de plaats en werff van de Heer Arnoud Hinlopen, genaamt Overnes, gelegen aan de Vegt te steelen een grote partije linnen t'geene aldaar te bleken was gelegt, en t'selve benevens een vijsel (toebehorende aan Jan van der Hoet) die hij gedetineerde segt van een van de drie bovengenoemde personen ontfangen te hebben in een sak op het paard van sijn meester vandaar heeft vervoert, ende medegenomen; dat wijders dengedetineerde omtrent een jaar geleden bij den smit over de klapbrug to S'Graveland (met behulp van Gerrit van Loene - die hij gedetineerde segt sekere val ofte venster opengebroken te hebben) heeft gestolen enig nat linnen, staande in de smits Winkel in een mande, mitsgaders een kopere ketel en braadpan, en deselve ketel en pan tot Weesp aan Jan Biber heeft verkogt. Dat wijders de gede en gedetineerde omtrent een maand geleden tot Huysen uijt de cuijp van Jan Comin heeft gestolen vier pinkehuyden, en deselve met een paard t'geen van de gemeente haalde vervoert naar Baren en aldaar verkogt voor f 3 GL. en enige stuyvers; dat de gedetineerde al verder in de herfst des voorleden jaars tot Minnekendam in de Herberg genaamt het Vergulde Vat heeft gestolen een tin pintje; en wijders aldaar heeft losgebroken een schuyt een viskaas ** heeft gestolen de visch die daar in was, hebbende nog kors daar na tot Zuurwoude uijt een schuyt aldaar leggende medegestolen een vaatje met pekelharingh; wijders gekoght te hebben van Gerrit van Loenen drie kopere ketels een vijzel en twee ponds gewigt, welke door gem. Gerrit van Loenen (soo hij gedetineerde segt) gestolen te sijn tot Amersfoort, bij een van desselfs vrienden; sijnde de voorz goederen door hem gedetineerde in een sak op een paard t'geen van de Goijsche Gemeente (buyten kennis van de Eygenaar) heeft gehaalt, gebragt tot Emenes, en aldaar verkogt; en laatstelijk omtrent twee jaren geleden uijt de thuyn van Jacob Brantsz tot Huysen gestolen te hebben enige appels en peeren, alle t'welke den gedetineerdebuyts sijn van de ijzer heeft geconfesseert, beleden, en saken sijn die in een land van justitie niet en kunnen werden geleden, maar andere ten exempel ten swaarte behoren gestraft; deshalve concludt, de eiss. in den name als boven dat de gedetineerde in sake hiervoren gemelt sal werden gebragt ter plaatse alwaar men gewoon is Criminele Justitie te doen en aldaar met de coorde gestraft te werden, dat de dood op volgt; met confiscatie van sijne goederen en gecont. in de kosten en missie justitie.
____________________
Alsoo Dirk Janse (Spilt) van Huysen oud omtrent 31 Jaren jegenwoordig gedetineerde op den Stadhuyze alhier buijten pijne en banden van ijzer emn de Ed. agtb. Geregte dzer Stede heeft geconfessseert en beleden dat hij omtrent 2 Jaren geleden in geselschap van Cornelis Nates de knegt van Sijmen Bronkhorst en nog seeckere persoon die hij seijde hem onbekent te sijn van de plaats en werf ............ (FdG: korte samenvatting)
gebragt te werden ter plaatse waar alhier gewoon is publique Criminele Justitie te doen; omme aldaar voor de Scherpregter met roeden gegeselt en voorts met deser Stadswapen gebrantteekent te werden, banne hem voorts voor de tijdt van 20 Jaren eerstcomende uijt de Lande van Holland, Zeeland en Westvriesland, zonder inmiddels daar weder in te mogen komen, op poene van swaardere straffe conde..... hem wijders in de Costen en Miss van Justitie.
actum de 3 September 1718
Verklaring:
* In het tweede gedeelte staat Natres
** Viskaas was onduidelijk. Moet zijn 'Vischcarre ?
Met de Coorde gestaft: gewurgt
______________________
Transcriptie F.J.J. de Gooijer
________________________________________________________________
De achttiende eeuwse Huizer Schepen, Lambert Rijcksz Lustigh, maakte afschriften uit de Criminele Rol en voegde ontbrekende informatie toe. In de handgeschreven 'Kroniek van Lustigh' staat het wedervaren van Dirck Jansen Spilt op de foliobladen 151 en 152.
Op Donderdag den 4 Augustus 1718 doen wiert Dirck Jansen Spilt out omtrent 31 Jaren, en noch jonghman, en hier wonagtigh sijnde door onse schout L. Keelwigh, geassisteert met onse dienaar Joost Vree: bij 't heck van Goosen Reijrz soo hij stont en dijckte geapprehendeert (geprepen), ende gebonden als een dief tot onse schouten gebragt, ende quam daar voort Gerardus Gansneb, genaamt Tengnagel Schout van Naarden, de welcke hem gevangen in presentie van twee onser schepenen afvraagde, of hij vier huijden uijt de ton bij Gerrit Koeminnen niet hadde gestoele en tot Baarn verkogt etc: waarop hij seijde ja, ende of hij niet een groot bleeck kleeren tot Schravelant gestoelen hadde, en wat daar van wederom hadde gebragt etc:; waarop hij seijde, ja , ende of hij niet omtrent den bergh in 't Heeren Huijs van Hinlopen veel goedt gestoelen hadde, en door een swaar dreijgement van te vangen het selve niet hadde weten stilletjes te laten weerom brengen, ende na dat hij dese drie diefstallen hadde bekent, soo wiert hij met twee dienders bij hem op de wagen van Gerrtit Hendr. Boom op den Stadt huijse tot Naarden in de gijselkamer gevangen gebragt, ende na dat hij daar omtrent een weeck hadde geseten, en niet woude klappen, doen wirt hij aldaar in Jan Duijmen gat geset ende terwijl hij daar in sat liep onse schout geweldigh bij dese of gene om hem te laten verswaren, ende wiert door eenen Gerrit Duijm van Blaricum, en van een ketelbouter van Eemnes merckelijk beswaart, ende nadien hij noch eenige dieverije meer hadde beleden, soo in Waterlant met het steelen van een bleeck kleeren, en een vaatje haringh uijt een man sijn schuijt gestoelen, ende alhier tweemaal appelen en peeren uijt de tuijn van Jacob Brantz gestoelen, soo wiert hij na drie wecken geseten te hebben in Jan Duijmen gat daar uijt gelaten en in de voorz. gijselkamer geset, ende nadien sijn nabestaande vrienden noch wat bij schepenenvoor hem spraken, soo wiert sijn vonnis bij schepenen van Naarden genadelijk op 31 Augustus 1718 te boeck geset. Ende nadien alle ordinantien bij de schout van Naarden gestrelt en gereguleert was, om den voorz. gevangene te Exicuteren.
Soo is, op Donderdagh den 8 September den voorz. gevangene publijk in den Stadthuijse voor de gespanne vierschaar sijn belijdenis en sententie in 't aanhoren van een menigte toehoorders, hem voorgelesen welcke ontrent aldus luijt.
Hoe hij ontrent 31 Jaren out was, ende hoe hij alle voorgemelde dieverije hadde gedaan etc: ; ende hoe hierom publijk op 't schavot moest worden gegeeselt en gebrantmerckt, ende wiert daar en boeven voor de tijt van 20 Jaren uijt de Lande van Hollant en Westvrieslant gebannen.
Ende is daarop, soo aenstonts door de Beul sijn knegt van Haarlem op het schavot 40 slagen gegeeselt en ligt gebrantmerckt, ende los gemaakt sijnde wiert op het Stadthuijs klockgeluijt, ende hier op wiert hij door Jan Boelhouwer stadsdienaar van Naaren ter stadspoorten uijtgeleijt.
_____________________
______________________________________________________________
Gooiers Web Site
Chronologische geschiedenis van Gooiland 900 - 2004
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
______________________________________________________________
Er is een oud gezegde: "Kleinen stelen en Groten stelen, Groten stelen het meest". Onderstaande gevangenneming en veroordeling is daar een goed voorbeeld van. De kleine dief Dirck Jansz Spilt ontsnapte aan de galg en kwam er af met een veroordeling tot geseling, brandmerken en verbanning. De Huizer dorpsschout Killewigh, die Spilt arresteerde en liet martelen bleek later het dorp Huizen opgelicht te hebben voor enorme bedragen. Killewigh wist in de nacht met een deel van zijn buit te vluchten naar de vrijstad Vianen, waar het Hollandse gerecht geen bevoegdheid had. Tot zo ver de inleiding tot het wedervaren van Dirck Jansz Spilt.
Dirck Jansz Spilt was een kleine gelegenheids dief. Bij zijn aanhouding en verhoor bleek hij nooit gewelddadig te zijn geweest.
De 31 jarige vrijgezel Spilt woonde in het dorp Huizen. Op donderdag 4 augustus 1718 ging de de Huizer dorpsschout Lambert Killewigh samen met zijn rakker Joost Vree op zoek naar deze Spilt. Zij grepen hem bij het hek van Goosen Reijrz en geboeid als een dief werd hij naar het schoutenhuis gebracht. Daar was reeds aanwezig de Naarder Schout Gerardus Gansneb genaamt Tengnagel, de hoogste justitiele gezagsdrager in 't Gooi. In aanwezigheid van twee Huizer Schepenen verhoorde de Naarder Schout de gevangene. Hij stelde Spilt de volgende vragen: Had hij vier pinkenhuiden gestolen uit een kuip van de Huizer Gerrit Comin en had hij deze in Baarn verkocht ? Had hij op een bleekveld in 's-Graveland een groot aantal kleren gestolen? Was hij aan de Vecht op de Buitenplaats Overnes van Arnoud Hinlopen geweest ?
Had hij daar linnengoed gestolen van het bleekveld?
Nadat hij deze drie diefstallen had bekend werd hij begeleid door twee rakkers op de wagen van Gerit Hendriksz Boom naar het stadhuis in Naarden gebracht. Voorlopig werd Spilt op de gijzelkamer gevangen gezet. Nadat hij daar een week had gezeten en geen verdere bekentenissen wilde afleggen, werd zijn detentie verzwaard. Hij werd opgesloten in het Jan Duijmen gat. Waarschijnlijk, de donkere en vochtige keldercel onder het stadhuis. Terwijl Spilt daar zat bedacht de dorpsschout Killwigh martelmethoden om hem aan het spreken te krijgen. De celstraf werd verzwaard door het in de ijzers of kettingen leggen van Spilt. Om dit karweitje op te knappen had Killewigh Gerrit Duijm uit Blaricum en een ketelbouter uit Eemnes laten komen. Na drie weken van kwelling bekende Spilt nog enige diefstallen, die hij alleen of met anderen had begaan. Verder vertelde hij bijzonderheden over het verkopen van de buit.
De vier pinkenhuiden van Gerrit Comin had hij per paard naar Baarn gebracht en daar verkocht voor 3 gulden en enige stuivers. Het paard had hij buiten medeweten van de eigenaar van de erfgooiers meent gehaald. Blijkbaar had hij het teruggebracht, want hij werd er niet van beschuldigd een paardendief te zijn. De gestolen kleren uit 's Graveland en van Hinlopen had hij uit angst stilletjes teruggebracht. Spilt had zijn strooptochten verlegd naar Waterland. Te Monnikkedam had hij in de herberg Het Vergulde Vat een tinnen pintje meegenomen. Aldaar maakte hij een schuit los en voer daarmee het water over en stal de vis die in de boot was. Vandaar ging hij naar Zuurwoude en stal uit een schuit een vaatje pekelharing.
Spilt bekende ook als heler opgetreden te zijn. Hoewel hij wist dat de goederen in Amersfoort gestolen waren, kocht hij van Gerrit van Loenen drie koperen ketels, een vijzel en een gewicht van een pond. Wederom 'leende' Spilt stiekem een paard van de Huizer meent, waarmee hij de buit in een zak vervoerde naar een koper Eemnes. Zelfs het stelen van appels en peren werd hem ten laste gelegd.
In het vonnis werd vermeld dat de bekentenissen niet waren afgedwongen op de pijnbank. Over de kwellingen in de cel werd niet gesproken. Zoals gebruikelijk trad de Naarder schout op als aanklager. Deze Gerardus Gansneb, genaamt Tengnagel was nogal ziekelijk sadistisch aangelegd. Ook bij voorgaande eisen tegen andere verdachten was dat tot uiting gekomen. Volgens de schout moest Spilt in het openbaar op het schavot opgehangen worden. Zijn goederen werden verbeurd verklaard, zodat de schout een derde hiervan in zijn zak kon steken. Het oordeel werd uitgesproken door de Naarder schepenen, gelukkig voor Spilt beschikten ze over een gezonder verstand. Mogelijk hadden de vrienden van Spilt met succes voor hem gepleit. Het vonnis was overigens niet mals. Spilt werd in het openbaar op het schavot gegeseld. Hij kreeg 40 slagen met een roede van de knecht van de scherprechter. De scherprechter en zijn knechtje kwamen daarvoor speciaal van uit Haarlem naar Naarden. Daarna werd Split gebrandmerkt met het stadswapen van Naarden. Nog steeds zijn deze brandmerken te zien in de houten lambrizering van het stadhuis. De beul controleerde eerst of het ijzer wel heet genoeg was.
Het overige vonnis luidde: Verbanning uit het gewest Holland, Westvriesland en Zeeland. Onder het luiden van het stadhuisklokje werd Spilt tot buiten de Utrechtse Poort geleid. Hij moest zo snel mogelijk de Gooise-Stichtse grens over. Hij werd afgeschoven naar het gewest Utrecht. Indien hij werd opgenomen bij kennissen te Eemnes, was er een kans dat zijn familie hem af en kon opzoeken.
_________________________________________________________________
Notaris Albertus Perk nam de volgende passages over uit een geschrift van Lambert Rijcksz Lustigh:
Killewigh Schout te Huizen, had weten te verkrijgen 16 huizen en 300 schepel boulant, eindelijk brdankende, toe hij op het punt stond bedankt te worden, maakte hij zoo veel hij kon ten gelde, kocht zijn burgerregt te Vianen en vertrok 's nachts met wagens en zijn beste inboedel derwaards veel schulden nalatende, (tussen 20 a 30.000 Gld) Hij verkocht ook boulant aan Ploos van Amstel bij 't Slot (Ruysdael), die dat Slot had gekocht voor f 3.300 van de wed. Blom, men verkocht voor purutors hetgeen hij achtergelaten had, ten belope van f 19.000 de 9 Sept. 1722, en daaronder 100 schepel boulant voor f 5.000, 100 dito voor f 2.500, 50 dito voor f 800.
Van meubelen achtergelaten voor f 2.600, voorts gewas. Hij had wel zijn schulden kunnen betalen, maar bergde zich voorbedachtelijk met zijn gereed geld en beste waar binnen Vianen, doch werd er last gegeven, zoodra hij buiten de juresdictie kwam, hem te vatten. Hij bekende zelf dat hij slechts 6000 aan geld te Vianen bij zich had, doch hij had zeker veel meer.
---- Lustigh noemt hem : die diefachtige roofvogel, schand en bankroet speelder --
_________________________________________________________________
NAARDEN CRIMINELE ROL NR. 3042
s'Heren Reght gehouden 1 augustus 1718
Dirk Jansz (Spilt) geboortig van Huysen en jegenwoordig gedetineert alhier
Dat eiss. seggen dat de gedetineerde sich niet en heeft ontsien omtrent twee jaren geleden in geselschap van Cornelis Matez *, de knegt van Sijmen Bronkhorst, en nog een persoon (soo hij get. segt) hem onbekent van de plaats en werff van de Heer Arnoud Hinlopen, genaamt Overnes, gelegen aan de Vegt te steelen een grote partije linnen t'geene aldaar te bleken was gelegt, en t'selve benevens een vijsel (toebehorende aan Jan van der Hoet) die hij gedetineerde segt van een van de drie bovengenoemde personen ontfangen te hebben in een sak op het paard van sijn meester vandaar heeft vervoert, ende medegenomen; dat wijders dengedetineerde omtrent een jaar geleden bij den smit over de klapbrug to S'Graveland (met behulp van Gerrit van Loene - die hij gedetineerde segt sekere val ofte venster opengebroken te hebben) heeft gestolen enig nat linnen, staande in de smits Winkel in een mande, mitsgaders een kopere ketel en braadpan, en deselve ketel en pan tot Weesp aan Jan Biber heeft verkogt. Dat wijders de gede en gedetineerde omtrent een maand geleden tot Huysen uijt de cuijp van Jan Comin heeft gestolen vier pinkehuyden, en deselve met een paard t'geen van de gemeente haalde vervoert naar Baren en aldaar verkogt voor f 3 GL. en enige stuyvers; dat de gedetineerde al verder in de herfst des voorleden jaars tot Minnekendam in de Herberg genaamt het Vergulde Vat heeft gestolen een tin pintje; en wijders aldaar heeft losgebroken een schuyt een viskaas ** heeft gestolen de visch die daar in was, hebbende nog kors daar na tot Zuurwoude uijt een schuyt aldaar leggende medegestolen een vaatje met pekelharingh; wijders gekoght te hebben van Gerrit van Loenen drie kopere ketels een vijzel en twee ponds gewigt, welke door gem. Gerrit van Loenen (soo hij gedetineerde segt) gestolen te sijn tot Amersfoort, bij een van desselfs vrienden; sijnde de voorz goederen door hem gedetineerde in een sak op een paard t'geen van de Goijsche Gemeente (buyten kennis van de Eygenaar) heeft gehaalt, gebragt tot Emenes, en aldaar verkogt; en laatstelijk omtrent twee jaren geleden uijt de thuyn van Jacob Brantsz tot Huysen gestolen te hebben enige appels en peeren, alle t'welke den gedetineerdebuyts sijn van de ijzer heeft geconfesseert, beleden, en saken sijn die in een land van justitie niet en kunnen werden geleden, maar andere ten exempel ten swaarte behoren gestraft; deshalve concludt, de eiss. in den name als boven dat de gedetineerde in sake hiervoren gemelt sal werden gebragt ter plaatse alwaar men gewoon is Criminele Justitie te doen en aldaar met de coorde gestraft te werden, dat de dood op volgt; met confiscatie van sijne goederen en gecont. in de kosten en missie justitie.
____________________
Alsoo Dirk Janse (Spilt) van Huysen oud omtrent 31 Jaren jegenwoordig gedetineerde op den Stadhuyze alhier buijten pijne en banden van ijzer emn de Ed. agtb. Geregte dzer Stede heeft geconfessseert en beleden dat hij omtrent 2 Jaren geleden in geselschap van Cornelis Nates de knegt van Sijmen Bronkhorst en nog seeckere persoon die hij seijde hem onbekent te sijn van de plaats en werf ............ (FdG: korte samenvatting)
gebragt te werden ter plaatse waar alhier gewoon is publique Criminele Justitie te doen; omme aldaar voor de Scherpregter met roeden gegeselt en voorts met deser Stadswapen gebrantteekent te werden, banne hem voorts voor de tijdt van 20 Jaren eerstcomende uijt de Lande van Holland, Zeeland en Westvriesland, zonder inmiddels daar weder in te mogen komen, op poene van swaardere straffe conde..... hem wijders in de Costen en Miss van Justitie.
actum de 3 September 1718
Verklaring:
* In het tweede gedeelte staat Natres
** Viskaas was onduidelijk. Moet zijn 'Vischcarre ?
Met de Coorde gestaft: gewurgt
______________________
Transcriptie F.J.J. de Gooijer
________________________________________________________________
De achttiende eeuwse Huizer Schepen, Lambert Rijcksz Lustigh, maakte afschriften uit de Criminele Rol en voegde ontbrekende informatie toe. In de handgeschreven 'Kroniek van Lustigh' staat het wedervaren van Dirck Jansen Spilt op de foliobladen 151 en 152.
Op Donderdag den 4 Augustus 1718 doen wiert Dirck Jansen Spilt out omtrent 31 Jaren, en noch jonghman, en hier wonagtigh sijnde door onse schout L. Keelwigh, geassisteert met onse dienaar Joost Vree: bij 't heck van Goosen Reijrz soo hij stont en dijckte geapprehendeert (geprepen), ende gebonden als een dief tot onse schouten gebragt, ende quam daar voort Gerardus Gansneb, genaamt Tengnagel Schout van Naarden, de welcke hem gevangen in presentie van twee onser schepenen afvraagde, of hij vier huijden uijt de ton bij Gerrit Koeminnen niet hadde gestoele en tot Baarn verkogt etc: waarop hij seijde ja, ende of hij niet een groot bleeck kleeren tot Schravelant gestoelen hadde, en wat daar van wederom hadde gebragt etc:; waarop hij seijde, ja , ende of hij niet omtrent den bergh in 't Heeren Huijs van Hinlopen veel goedt gestoelen hadde, en door een swaar dreijgement van te vangen het selve niet hadde weten stilletjes te laten weerom brengen, ende na dat hij dese drie diefstallen hadde bekent, soo wiert hij met twee dienders bij hem op de wagen van Gerrtit Hendr. Boom op den Stadt huijse tot Naarden in de gijselkamer gevangen gebragt, ende na dat hij daar omtrent een weeck hadde geseten, en niet woude klappen, doen wirt hij aldaar in Jan Duijmen gat geset ende terwijl hij daar in sat liep onse schout geweldigh bij dese of gene om hem te laten verswaren, ende wiert door eenen Gerrit Duijm van Blaricum, en van een ketelbouter van Eemnes merckelijk beswaart, ende nadien hij noch eenige dieverije meer hadde beleden, soo in Waterlant met het steelen van een bleeck kleeren, en een vaatje haringh uijt een man sijn schuijt gestoelen, ende alhier tweemaal appelen en peeren uijt de tuijn van Jacob Brantz gestoelen, soo wiert hij na drie wecken geseten te hebben in Jan Duijmen gat daar uijt gelaten en in de voorz. gijselkamer geset, ende nadien sijn nabestaande vrienden noch wat bij schepenenvoor hem spraken, soo wiert sijn vonnis bij schepenen van Naarden genadelijk op 31 Augustus 1718 te boeck geset. Ende nadien alle ordinantien bij de schout van Naarden gestrelt en gereguleert was, om den voorz. gevangene te Exicuteren.
Soo is, op Donderdagh den 8 September den voorz. gevangene publijk in den Stadthuijse voor de gespanne vierschaar sijn belijdenis en sententie in 't aanhoren van een menigte toehoorders, hem voorgelesen welcke ontrent aldus luijt.
Hoe hij ontrent 31 Jaren out was, ende hoe hij alle voorgemelde dieverije hadde gedaan etc: ; ende hoe hierom publijk op 't schavot moest worden gegeeselt en gebrantmerckt, ende wiert daar en boeven voor de tijt van 20 Jaren uijt de Lande van Hollant en Westvrieslant gebannen.
Ende is daarop, soo aenstonts door de Beul sijn knegt van Haarlem op het schavot 40 slagen gegeeselt en ligt gebrantmerckt, ende los gemaakt sijnde wiert op het Stadthuijs klockgeluijt, ende hier op wiert hij door Jan Boelhouwer stadsdienaar van Naaren ter stadspoorten uijtgeleijt.
_____________________
______________________________________________________________
Gooiers Web Site
Chronologische geschiedenis van Gooiland 900 - 2004
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
______________________________________________________________
Labels: Gooise geschiedenis

